Tot 2020 pensioneren er in de technische sector jaarlijks meer dan 70.000 mensen. Van bouwvakkers en installateurs tot ingenieurs en systeemanalisten. Hoewel het onderwijs elk jaar weer tienduizenden nieuw opgeleide technici aflevert, is dit niet voldoende om deze kennisintensieve sector op niveau te houden.Wanneer er geen actie wordt ondernomen, zal dit gebrek aan human capital de internationale concurrentiepositie van ons land aantasten. Reden voor de Nederlandse overheid om samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en andere betrokkenen actie te ondernemen. Zij doen dit onder de naam Techniekpact 2020, een set van 22 afspraken. Daaronder zetten niet alleen ministers als Henk Kamp (Economische Zaken) en Jet Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) dit voorjaar hun handtekeningen, maar ook prominenten als Hans Biesheuvel (mkb-Nederland) en Ineke DezentjeĢ Hamming (FME). “Veel bedrijven die groeikansen zien, moeten die laten lopen omdat ze niet aan genoeg technische vakmensen kunnen komen. Daar gaan we nu met elkaar verandering in brengen”, zei Kamp naar aanleiding van de ondertekening.

Verbinden

Het Techniekpact is dus een breed gedragen actieplan. Maar wat mogen we ervan verwachten? Volgens de schrijvers is de kern dat onderwijs, bedrijfsleven en werknemers intensief samenwerken om techniekonderwijs aantrekkelijk te maken en te zorgen dat dit naadloos aansluit op de arbeidsmarkt.En vooral ervoor te zorgen dat techniek blijft boeien. “Wat wij nu moeten doen, is zorgen dat meer jongeren kiezen voor techniekvakken, dat ze vervolgens goed in de techniek worden opgeleid, en dat ze daarna ook in de techniek gaan werken en blijven werken”, stelde Kamp tegenover het nieuws.

Investeringen

Om de boodschap uit het Techniekpact over te brengen, zijn investeringen nodig door de gehele keten. In het pact worden enkele voorbeelden aangehaald. Zo trekt het kabinet eenmalig 100 miljoen euro uit om meer beĢ€tadocenten in het voortgezet onderwijs te krijgen en de pabo’s in staat te stellen meer aandacht aan techniek te geven. Vanaf volgend jaar wordt techniek een verplicht vak op die opleiding, zodat ook jonge kinderen meer met techniek in aanraking komen. Tevens zijn er 1000 beurzen per jaar voor techniekstudenten om ze te binden aan het bedrijfsleven en is er een nieuw investeringsfonds waarin het Rijk, werkgevers en regio’s ieder 100 miljoen euro in stoppen. Geld dat beschikbaar komt voor publiek-private samenwerking in onderwijs in de regio. Zo zullen bedrijven medewerkers vrij maken voor gastlessen, investeren in gezamenlijke opleidingen of technische installaties, werkplaatsen en laboratoria beschikbaar stellen. Behalve aandacht voor nieuwe studenten, focust het pact zich ook op her- en zij-intreders en omscholingstrajecten. Zo moeten mensen met een technische achtergrond, die met ontslag bedreigd worden of al langs de kant staan elders in de techniek ingezet worden. Ook wordt het voor werklozen makkelijker om zich met behoud van een WW-uitkering om te scholen naar een baan in de techniek.