Frank Kalshoven
Econoom en mede-oprichter De Argumentenfabriek

Het mbo is in deze branches natuurlijk cruciaal. Als de grootste onderwijssector in ons land levert het uiteindelijk de mensen af die we dagelijks tegenkomen. “Of dat nu om de loodgieter gaat, de schilder, de mensen die werken in de groenvoorziening of om de persoon die je oma verzorgt in het tehuis. Ze zijn de ruggengraat van de Nederlandse arbeidsmarkt en duidelijk onmisbaar. Het succes van de mbo-instellingen is af te lezen aan het succes van de oudleerlingen op de arbeidsmarkt. En het is nog steeds zo dat wie een diploma op zak heeft, een relatief grote kans heeft op een baan. De kans op werkloosheid is nog immer relatief gering”, zegt Frank Kalshoven, tevens mede-oprichter van De Argumentenfabriek.
 

Verbetering

De basiskwaliteit van het mbo is daarmee dan ook bewezen goed. Zou dat slecht presteren dan waren er meer werklozen, is de gedachte. Wel ziet de econoom zeker ruimte voor verbetering. Daarin spelen twee zaken een rol: opleidingen kunnen korter en intensiever. “De duur van veel opleidingen kan van vier jaar naar drie gaan. Men dacht dat dit niet goed kon zijn,maar in mijn ogen is het een gunstige ontwikkeling. Leerlingen krijgen nu namelijk erg weinig uren les en lopen wel langdurig en veelvuldig stages. Scholieren dienen steeds vaker als goedkope arbeidskrachten voor het bedrijfsleven. Er kan dus tijd worden bespaard door minder en kortere stages. Tegelijkertijd moet er meer aandacht komen voor de inhoud, meer tijd worden doorgebracht op school met kernvakken en kernvaardigheden als taal en rekenen. Ik denk dat dit een goede lijn is van het ministerie.”

Dynamiek

Kalshoven noemt als tweede punt de dynamiek van beroepen. En: het mbo dat hier in de toekomst beter op zou moeten inspelen. “Veel mensen doen werk dat twintig jaar geleden niet eens bestond. Denk bijvoorbeeld aan activiteiten rond social media of het programmeren van games. De omloopsnelheid van beroepen wordt steeds groter. Daarnaast veranderen bestaande beroepen ook van inhoud. Een loodgieter moet nu bijvoorbeeld ook een cv-ketel kunnen programmeren. Wel zullen we moeten inspelen op de dynamiek. Daarbij valt te denken aan een soort ‘onderhoudscontract’ dat scholen afsluiten met leerlingen. Hiermee kunnen ze bijvoorbeeld over tien of twintig jaar terugkomen, om zich te laten bij- of herscholen. Ik vind het ook gunstig dat het kabinet bepaalde studierichtingen wil beperken,simpelweg omdat ze niet leiden tot reèˆle kansen op een baan.”

Moeten jonge mensen worden afgeremd bij het maken van een bepaalde studiekeuze? Kalshoven weet niet of dat zozeer de belangrijkste taak is van het mbo, maar zegt: “We mogen wel kritischer zijn op de rol die opleidingen hierin kunnen spelen. Zij kunnen studenten verleiden opleidingen te kiezen waar het potentieel zit en waar er plek is in de arbeidsmarkt. Een voorbeeld kan zijn dat je in de ter discussie staande popmuziekopleiding ook aandacht vestigt op de techniek achter de pop. Verbreed de horizon. Techniek en zorg zijn, naar het er nu uitziet, beroepen van de toekomst. Al kun je niet zeggen hoe de invulling hiervan over twintig jaar is.”