Rosenmöller noemt het Nederlandse onderwijs goed, maar vindt ook dat het eigentijdser kan, dat er sterkere verbindingen moeten komen met maatschappelijke ontwikkelingen. “De interactie tussen school en maatschappij moet sterker; meer maatschappij in de school en de school meer de maatschappij in.” Rosenmöller constateert dat kinderen nu alleen beoordeeld worden op cijfers en een advies. “Dat plaatst hen in hokjes en doet zeker geen recht aan ieders individuele talenten. Een leerling die bezig is een vak te leren en uitblinkt in wiskunde, zou op een hoger niveau daarin examen moeten kunnen doen bijvoorbeeld.” Hij vindt dat de structuur van de school zich aan moet passen aan talenten. “En docenten kunnen zich verder scholen in het ontdekken van die talenten.”

Optimale voorbereiding

Verandering en vernieuwing in het onderwijs vraagt volgens Rosenmöller om goede relaties met vakbonden, om alle beschikbare kennis uit het onderwijsveld aan te wenden en van de politiek wat ruimte om nieuwe wegen in te slaan. “Leren hoeft niet alleen uit boeken. Om leerlingen optimaal voor te bereiden op de toekomst, dienen zij te beschikken over kennis én vaardigheden. Daarom moet het onderwijs moderniseren zodat het sneller aan kan sluiten bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de individuele behoeften van leerlingen.”

Norm

Rosenmöller stelt dat er nu al scholen zijn die durven te experimenteren en daarbij de grenzen opzoeken. “Over vijf jaar is dat geen uitzondering meer, maar de norm. Elke school moet een lerende organisatie worden, voor iedereen binnen die school. En bij alles wat er gebeurt, staat het belang van de leerling op mijn netvlies.”

Gezamenlijk

Binnen het mbo is er al veel interactie tussen school en maatschappij, want het mbo werkt intensief samen met het bedrijfsleven. Jan van Zijl is voorzitter van de MBO-raad. Hij stelt: “Het mbo leidt op voor de regionale arbeidsmarkt. Scholen passen hun opleidingsaanbod hierop aan. Ook ontwikkelen ze zoveel mogelijk maatwerk voor hun studenten waarbij alle acties erop gericht zijn hen in hun kracht te zetten en te laten slagen tijdens hun schoolloopbaan, maar ook daarna. Bijvoorbeeld met intakegesprekken om goed te kijken of ze de juiste opleiding hebben gekozen. Of ombuiggesprekken met studenten die al gekozen hebben, maar voor een opleiding die bijvoorbeeld al vol zit of minder perspectief biedt op de arbeidsmarkt.”

“Het mbo kan niet zonder het bedrijfsleven en andersom. Deze twee werken nauw samen zodat de aangeboden opleidingen aansluiten op wat de arbeidsmarkt van goed geschoolde werknemers vraagt. Het bedrijfsleven biedt ook stages en leerbanen: zonder dat kunnen studenten geen stage lopen. In lastige tijden zoals in deze recessie moeten mbo en bedrijfsleven samen creatiever zijn in het organiseren van de nodige stages. Dus sterker en anders samenwerken.”

“Arbeidsmarktrelevant opleiden is belangrijk. Maar de individuele talentontwikkeling van een jongere is dat net zo goed. Het is belangrijk dat je kiest wat bij jou en je talenten past.”

Gouden tip

Kies een opleiding die bij jou en je talenten past. Tegelijk is het belangrijk dat je je bewust bent van je kansen in de samenleving en op de arbeidsmarkt met de opleiding van je keuze. Als je dat als jongere bij je studie- en beroepskeuze in het achterhoofd houdt, kan het bijna niet mis gaan.”