“Als je het wel beschouwt heeft het mbo twee kanten. Enerzijds is er een behoorlijke vraag naar mensen die niveau 3-4 hebben, maar er is ook een kwetsbaar deel dat moeilijker een plekje op de arbeidsmarkt vindt en waarnaar de vraag is afgenomen. Mensen met de richting toerisme en recreatie en bijvoorbeeld dierverzorging stromen minder makkelijk in. Het blijft toch een kwestie van vraag en aanbod, terwijl jongeren vaak willen doen wat hen leuk lijkt zonder dat ze een goede kijk in de keuken hebben geno- men bij andere sectoren.” Aan het woord is arbeidsmarktprofessor Ton Wilthagen van de Universiteit van Tilburg. Hij erkent dat het moeilijk is om jongeren een keuze op te leggen, maar denkt wel aan een prikkel om die keuze –voor bijvoorbeeld techniek of de zorg- aantrekkelijker te maken.

Aanmoediging

“Om scholieren een keuze te laten maken voor een richting waarin later wel een baan is te vinden, kun je hen bijvoorbeeld extra tijd geven voor verdieping tijdens de opleiding, of extra budget. Een aanmoedigingsregeling. Ook zou er veel eerder, intensiever en vaker een uitwisseling tussen bedrijfsleven en leerlingen moeten zijn zodat een jongere niet pas als hij een diploma op zak heeft eens gaat rondkijken op de arbeidsmarkt.”

E-portfolio

Een handige tool hierin is het e-portfolio, een digitale weergave van de competenties en ervaringen van de scholier die ook aan- geeft welke ontwikkeling hij of zij doormaakt. Hiermee kan de match veel beter en sneller plaatsvinden, meent Wilthagen. “Bedrijven hebben een betere inkijk in wat iemand kan en op termijn zal kunnen. En waar er misschien het nodige kan worden bijgespijkerd; zo weet je wat het onderwijs moet doen om de competenties aan te vullen. Bedrijven kunnen in dezelfde competentietaal veel nauwkeuriger hun arbeidsvraag formuleren en weten dus sneller wat iemand precies te bieden heeft. Het levert een bijdrage aan de transparantie op de arbeidsmarkt en sneller een match. En dat is natuurlijk winst.”