Met galvaniseren (ook wel galvanotechniek genoemd) wordt een metaal dat gevoelig is voor corrosie (roestvorming) voorzien van een dun laagje van een ander metaal dat niet gevoelig is voor corrosie. “Dat laagje is vaak zink, nikkel of chroom”, vertelt Bregt. “Een voorwerp wordt dan ‘verzinkt’, ‘vernikkeld’ of ‘verchroomd’. Het doel de galvanotechniek is om het metaal te beschermen tegen bijvoorbeeld weersinvloeden. Zonder beschermend laagje zou het metaal misschien al na een paar dagen gaan roesten, maar door het te galvaniseren kan het soms tientallen jaren meegaan. Galvaniseren verbetert dus ook de functionaliteit.”

Overal om ons heen

Gegalvaniseerde voorwerpen zijn overal om ons heen: bouten en moertjes, deurkrukken, parfumdoppen, kranen, metalen palen, verkeersborden, metalen gebruiksvoorwerpen, grote industriële apparaten… Ook op kunststof en keramiek kan de techniek worden toegepast. “Vaak gebeurt dat ook om voorwerpen te verfraaien, doordat kleur of glans wordt aangebracht”, zegt Bregt.

De techniek is vernoemd naar de Italiaanse natuurkundige Luigi Galvani, die in de 18e eeuw het principe beschreef. Galvaniseren gebeurt in een bad, waarin het voorwerp wordt gedompeld. Het metaallaagje wordt aangebracht met behulp van een elektrische stroom.

Bregt zelf gebruikt een andere, vergelijkbare methode om materialen te beschermen, namelijk anodiseren. “Dat wordt gedaan bij metalen zoals aluminium en titanium. Ons team van 23 studenten ontwerpt en bouwt draagvleugelboten die varen op zonne-energie. Alles wat wij gebruiken is van aluminium, dat in contact komt met zout water. Dan moet het goed worden beschermd.”